Subsidiariteit, pluriformiteit, zelfbeschikking en de spreiding van macht

Opiniestuk door Wiel Maessen, nummer 14 op de kieslijst

De Piratenpartij staat voor individuele vrijheid. Daarnaast staat de PPNL achter het subsidiariteitsbeginsel, het uitgangspunt dat binnen de overheid zaken die op een lager bestuursniveau geregeld kunnen worden niet op een hoger niveau hoeven te worden bepaald. Hierdoor is de betrokkenheid van burgers bij het beleid groter en is er minder concentratie van macht. Ook biedt het laagste bestuursniveau meer mogelijkheden om E-democratie in te voeren, waardoor de betrokkenheid van burgers nog verder kan worden bevorderd en een veel grotere kennispool kan worden ingeschakeld bij het lokale beleid.

De perverse prikkel van meer macht

De huidige trend in de politiek, met name aangeblazen door de PvdA en D66, is er een van steeds meer machtsconcentraties: gemeentes moeten groter en daardoor krachtiger worden en steeds meer beslissingen over ons politieke beleid worden gedelegeerd naar internationale organen als de EU en naar ondemocratische en bureaucratische organen als de VN en onder haar vallende organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie. De perverse prikkel van meer macht drijft de politiek. Fijn voor de industriële lobby’s, die minder inspanningen hoeven te verrichten om hun invloed op besluitvorming uit te oefenen, maar minder fijn voor de burgers die eens in de vier jaar een parlement mogen kiezen waarna hun invloed ophoudt.

Zo lijkt de democratie het meest op een supermarkt waar je alleen kant-en-klaarmaaltijden kunt kopen. In plaats van zélf je maaltijd te kunnen samenstellen word je in een keurslijf gegoten van voorgebakken combinaties van standpunten. Die democratie is aan een nieuwe versie toe: “Politiek 2.0”.

Kortom, de politieke besluitvorming verwijdert zich steeds meer van de burger en de invloed van de burger tijdens een rit van vier jaar is minimaal. Dat wordt ook bevestigd door een recent onderzoek waaruit blijkt dat de verdere schaalvergroting van het gemeentelijke beleidsniveau de interesse van burgers in lokale verkiezingen sterk laat afnemen. Ondanks dat zie je steeds weer pleidooien voor grootschalige gemeenten.

Subsidiariteit

Recente regeringen hanteerden steeds het subsidiariteitsargument op het moment dat ze daarmee op hun eigen begroting konden bezuinigen (zie de recente ontwikkelingen met de zorgwet en de jeugdzorg overgang), maar democratische argumenten hebben we nooit voorbij zien komen. De huidige politieke cultuur zit daarvoor te veel op het pad van verkrijgen en behouden van macht en het opbouwen van een controlemaatschappij. Men is vergeten waar democratie nu echt voor staat: invloed van de burger op het beleid. Geen wonder dat de kiezer zijn respect voor de politiek verliest en probeert onder haar betuttelende regeltjes uit te komen.

Toepassing van het subsidiariteitsbeginsel kan aan deze trend een halt toeroepen en (het gevoel van) zelfbeschikkingsmogelijkheden en vrijheid van de individuele burger significant laten toenemen. Aan de andere kant kan de al tientallen jaren zichtbare toename van de vervreemding van de politiek – en de onmacht die door de burger wordt ervaren om de politiek te beïnvloeden – daardoor bestreden worden.

Pluriformiteit

visjes

Door meer invloed van de lokale bevolking op het bestuur zullen er ook grotere verschillen tussen gemeentes gaan optreden. Met name de PvdA is daar typisch weer tegen. Partijen als de PvdA (maar ook D66) gaan er blijkbaar van uit dat elke burger een grijze muis is met een aantal standaard behoeften: ‘one size fits us all’. Ze vergeten daarbij dat bijvoorbeeld stedelijke- en plattelandsgemeenten veel culturele verschillen hebben en daardoor anders bestuurd zouden moeten worden. Grotere bevolkingsconcentraties leveren altijd meer problemen op en daardoor meer regeltjes. Regeltjes die door de landelijk wonende bevolking als overdreven en ongewenst worden gezien (‘stadse regeltjes’). Samenvoeging van landelijke en stedelijke gemeentes zijn om die reden al minder wenselijk.

Daarbij komt nog dat door meer verantwoordelijkheden naar de gemeentes te brengen, de aandacht voor het werk van de lokale bestuurders toeneemt. Dit geeft voordelen: de kans op corruptie vermindert en mensen krijgen nieuws dat relevanter is voor hun dagelijkse realiteit, waar ze wél wat mee kunnen.

Kleinschalige experimenten

Op lokaal niveau ligt er de mogelijkheid kleinschaliger te experimenteren; hier is de verandering mogelijk waarop men zich blind staart in Den Haag of in de grote steden. Zo zijn er in onder andere het Verenigd Koninkrijk al ‘transition towns’, waar experimenten worden uitgevoerd op het gebied van eigen lokale energieopwekking en kleinschalige economische en milieuvriendelijke projecten.

Conclusie

De PP gaat er van uit dat mensen niet allemaal gelijke behoeftes hebben en bovendien een vrijheid van keuze. Die diversiteit in bestuur is in die visie juist een plus, omdat burgers dan kunnen kiezen tussen woon- en/of werkgemeentes en daaruit díe gemeente kunnen kiezen waar ze zich het meest thuis voelen. Dat levert meteen meer betrokkenheid op met het lokale bestuur en daarmee betere democratie. Vrijheid, blijheid dus.

Kortom, het zwaartepunt van de politiek dient, waar dat mogelijk en logisch is, significant te verschuiven naar het lagere bestuursniveau van de gemeente. Zo kan de burger weer meer vat krijgen op de politiek en verminderen de frustraties. De verdere samenvoeging van gemeentes moet om diezelfde redenen stoppen.

Deel via social media:
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail